De xylofoon en de marimba zijn idiofonen die tonen kunnen laten horen.
Ze lijken erg op elkaar. De xylofoon en marimba bestaan uit een aantal houten staven die op
dezelfde volgorde liggen als de toetsen van een piano. Onder de staven zitten
resoneerbuizen die de klank versterken. Bij de marimba zijn ze echter langer dan bij de
xylofoon. De klank is wat weker. Op de afbeeldingen hieronder links een xylofoon, rechts
een marimba:

 |
Xylofoon |
| |
Toshiro Mayuzumi - Concertino for Xylophone - Allegro |
 |
De metallofoon lijkt veel
op de xylofoon. De metallofoon heeft echter metalen staven. In het Verre
Oosten spelen metallofonen een belangrijke rol, vooral in de gamelan-orkesten
van Indonesië. Trommen, gongs, gongspelen en metallofonen zijn de belangrijkste
instrumenten in het gamelan-orkest. De drie belangrijkste metallofonen zijn:
de gansa, saron en gendèr. De gansa en saron hebben een wiegvormige resonantiedoos.
Veel instrumenten zijn versierd. De gendèr heeft, in tegenstelling tot een
saron, voor elke staaf een resonator van bamboe. De stokken zijn verschillend.
De saron en gansa worden bespeeld met hamervormige stokken, de gendèr met
stokken die een beklede schijf aan het uiteinde hebben. Onder een plaatje
van een gendèr.
|
|
In westerse landen komen metallofonen ook voor. Speelgoed-xylofoons in
westerse landen zijn in feite metallofonen. Bij marcherende korpsen kom je de lyra
tegen: een klokkenspel dat rechtop gehouden wordt. De lyra heeft een hoge, tinkelende toon
en klinkt zeer doordringend. Boven een afbeelding van een lyra. |
 |
 |
Er zijn verschillende instrumenten die een klokachtig geluid
geven. Buisklokken zijn een aantal koperen of stalen buizen die een
verschillende lengte hebben. Ze hangen aan een raamwerk. Ze worden aan de
bovenkant bespeeld met hamertjes. Het geluid lijkt op een carillon. Ze worden
gebruikt om het geluid van kerkklokken na te doen. Plaatklokken zijn
een aantal metalen platen die eveneens met hamertjes worden bespeeld. Het
geluid is wat harder en zwaarder.
Een klokkenspel bestaat uit twee rijen metalen plaatjes en wordt met stokken
bespeeld. De celesta is een klokkenspel met een klavier. Door de toetsen van het
klavier in te drukken slaan hamertjes op metalen plaatjes. Links een plaatje van
buisklokken, onder een klokkenspel.
|
 |
 |
Celesta |
| |
Peter Tsjaikovski - Notenkrakersuite - Dans van de suikerfee |
Een gong is een metalen bord dat in het midden met een stok
wordt aangeslagen. Gongs komen oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië. Daarvandaan zijn ze naar
Europa en de Verenigde Staten gebracht. Tegenwoordig kom je een gong ook tegen in het
westerse orkest.
In het begin waren gongs plat, later kregen ze een bol oppervlak of een bult in het
midden. De meeste gongs zijn enkelvoudig en worden opgehangen met een koord aan een
raamwerk. Op Java kom je ook wel meervoudige gongs tegen. Dan zijn ze van verschillende
grootte. In Thailand en Birma kom je gongspelen tegen die bestaan uit gongs in een rond
houten raam. De speler zit dan in het instrument en gebruikt stokken met schijven aan het
uiteinde.
In orkesten van tegenwoordig kom je zowel de gong als de tamtam tegen. De tamtam
is een gong die wordt aangeslagen met een dikke met vilt beklede hamer. Een tamtam heeft
geen definieerbare toonhoogte. Een gong wel. Bovendien heeft de gong een helderder klank,
en is de rand omgebogen.
 |
Een zeer apart muziekinstrument van militaire
korpsen is de schellenboom. Dit instrument komt oorspronkelijk uit Turkije,
en stond vroeger bekend als de Turkse halve maan. Het was een stok met drie
halve manen. Aan die halve manen zaten belletjes die door schudden van de
stok tot klinken werden gebracht. De Turken namen dit instrument mee bij
hun veroveringen in de 16e en 17e eeuw. Toen de Turken
in 1683 na het beleg van Wenen moesten terugtrekken werd er veel achtergelaten,
o.a. de instrumenten van muziekkorpsen. Daarbij zat ook de schellenboom.
De Duitsers en Engelsen namen het instrument over, en later kwam het ook
in Nederland. De halve manen werden omgedraaid, nu met de punten naar boven.
Om hem nog wat mooier te maken werden er paardestaarten aan vastgebonden.
Bovenop stond het nationale symbool: in Nederland de leeuw. De schellenboom
is tot in de 20e eeuw gebruikt. |
|
Hier worden een aantal kleine idiofonen besproken.
Bekkens:
Bekkens zijn ronde metale platen die even groot zijn. Ze worden vastgehouden met een leren
riem die in het midden van het bekken bevestigd is.
Triangel:
De triangel is een metalen staaf met de vorm van een driehoek. Eén van de hoeken is open.
Je kunt de triangel op 2 manieren bespelen:
1. De linkerhand houdt het instrument vast, de rechter brengt het in trilling met een
staafje.
2. Het instrument wordt aan een koord opgehangen en met één of twee staafjes bespeeld.
|
 |
Woodblock:
Het woodblock is een rechthoekig stuk hout met sleuven dat met een trommelstok
of harde xylofoonstok bespeeld wordt. Het geeft een harde toon.

Templeblock:
Een templeblock is holle, houten bol met een sleuf. Het wordt bespeeld met trommelstokken
of met stokken met een vilten kop. Het heeft een holle klank.
Claves:
Claves zijn een paar korte ronde stokken van hard hout. Met de ene stok wordt
op de andere geslagen.
Zweep:
De zweep bestaat uit twee plankjes, die door scharnieren met elkaar verbonden
zijn. Door ze tegen elkaar te slaan, kun je het geluid van een zweep imiteren.

Roede:
De roede is een takkenbosje of een stokje waaraan staaldraadjes zitten, waarmee
op de rand van een trom wordt geslagen.
Sleebellen:
Sleebellen zijn een aantal koperen kogels, bevestigd aan een riem, die bij
het schudden samen klinken. Sleebellen kom je o.a. tegen in muziek die met Kerst
te maken heeft. Bijvoorbeeld in het bekende liedje 'Sleigh Ride'.

Castagnetten:
In Spaanse muziek kom je castagnetten tegen. Castagnetten zijn houten kleppen
die tegen elkaar geslagen worden.
Guiro:
De guiro of rasp is een kalebas met ribbels in het oppervlak. Met een lichte
houten stok wordt langs deze ribbels geschuurd.

Ratel:
De ratel is een getand wieltje dat door een slinger in beweging wordt gebracht.
Bij het draaien komt er tegen elke tand één of meer stukjes buigzaam hout.
 |
Soms kom je wel erg vreemde muziekinstrumenten
tegen, zoals de octavin
(combinatie van meerdere instrumenten), de althoorn
(zeven hoorns in één) en de
wandelstokviool. Hier nog een paar: de zingende zaag en de zingende
glazen (of glasharmonica). Dit zijn instrumenten waarbij over het instrument
gewreven wordt met een strijkstok of een vochtige vinger.
De zingende zaag is een zaag bespeeld met een strijkstok. Door de zaag te
buigen kun je bepaalde tonen krijgen. Zingende glazen zijn een aantal glazen
van verschillende grootte en dikte. Met een vochtige vinger wordt over de
glazen gewreven. Een gemechaniseerde variant hierop is de glasharmonica,
uitgevonden door Benjamin Franklin. Een aantal glazen kommen van verschillende
grootte werden op hun kant op een staaf over een trog met water geplaatst.
De randen raakten het water net. Met een trapper werden de kommen rondgedraaid
en de randen vochtig gehouden. De glasharmonica was erg populair in de 18e
en 19e eeuw. Links een plaatje van een glasharmonica |
Een aantal 'instrumenten' worden door componisten een enkele keer gebruikt
voor speciale effecten. Zo worden holle kokosnoten gebruikt om het geluid van
paardehoeven na te doen. Een grote plaat, die wordt geschud of waarop met een
zachte trommelstok wordt geslagen, wordt gebruikt om het geluid van de donder
te imiteren. Schuurblokken worden gebruikt om het geluid van het geschuifel
van schoenen na te bootsen. Andere geluidmakers zijn een aambeeld, een typemachine
en zand in een bakje.
 |
Aambeeld |
| |
Robert W. Smith - Twelve Seconds to the Moon |