Beethoven: meervoud van beethof


Free counter and web stats
Hoorn


Hoorn
Wagnertuba
In de Middeleeuwen werden hoorns gebruikt tijdens de jacht en in het leger. In het begin was de hoorn niet meer dan een buis, al dan niet met vingergaten (zie Oude hoorns), gemaakt van natuurlijke materialen. Later werden ze van metaal gemaakt.
Het duurde een tijd voordat de hoorn in het orkest werd opgenomen. Ze hadden namelijk maar een beperkte toonomvang, en waren daardoor nauwelijks geschikt om melodieëen te spelen. Een oplossing daarvoor werd gevonden door gebruik te maken van een aantal afneembare beugels van verschillende lengte.
Een andere mogelijkheid waren de omnitonische hoorns. Deze hoorns hadden ingebouwde beugels die met behulp van een kiesschijf konden worden gekozen. Ze waren echter vrij zwaar en werden daardoor nooit echt populair.
Door het gebruik van ventielen in de 19e eeuw werden hoornisten verlost van het verwisselen van verschillende beugels. Omstreeks de eeuwwisseling werd de dubbelhoorn ontworpen. Dit is een combinatie van twee hoorns waardoor hoge noten makkelijker te spelen zijn. De dubbelhoorn wordt nog steeds gebruikt.
De Wagnertuba is een tuba met het mondstuk van een hoorn, uitgevonden in 1844 door de instrumentbouwer Czerveny. Wagner heeft het veel gebruikt, en daardoor is het instrument bekend geworden als een Wagnertuba. Qua klank staat de Wagnertuba tussen een tuba en een hoorn.
Linksboven een plaatje van een hoorn, daaronder een Wagnertuba. Hieronder een omnitonische hoorn.
Omnitonische hoorn


C. Saint-Saëns - Morceau de Concert voor hoorn en orkest