![]() |
Vroeger werden hoorns van de hoorn van een dier
gemaakt. Soms hadden ze vingergaten, de meesten echter niet. Ze werden veel
gebruikt voor signalen en rituelen. Bij de Joden komt bijvoorbeeld de sjofar
voor (plaatje hieronder): een hoorn van een dier waarmee twee verschillende
tonen gemaakt kunnen worden. In Scandinavië bestond de lur, een instrument met een conische boring die uitloopt in een platte schijf. Het instrument had een mondstuk dat lijkt op dat van een moderne trombone (plaatje links). Behalve dierhoorns werden ook andere materialen gebruikt, zoals schelpen, hout en klei. De hoorns van klei kun je eigenlijk geen hoorns noemen. De speler riep in het instrument i.p.v. te blazen om verschillende tonen te krijgen. Hoorns van klei kwamen in Zuid-Amerika voor. In Azië waren ook hoorns van metaal. Het verschil tussen primitieve trompetten en primitieve hoorns is niet altijd even duidelijk aan te geven. Meestal zijn trompetten recht en cilindrisch van vorm (de buis heeft overal een even grote diameter). Hoorns zijn gebogen en conisch van vorm (de buis loopt van smal naar wijd uit). |
![]() |
Zinken en serpenten zijn houten hoorns. Ze hebben vingergaten en komvormige mondstukken, die lijken op die van de trompet en trombone. De zink is ontstaan in de 16e eeuw en werd tot halverwege de 18e eeuw gebruikt. De serpent ontstond in de 18e eeuw maar werd rond 1850 verdrongen door de tuba. De zink en serpent zijn eigenlijk geen familie van elkaar, maar de serpent werd wel vaak als baslid van de zinkfamilie gebruikt. Zinken kwamen in verschillende vormen voor, zowel recht als gebogen. Links een plaatje van een serpent, hieronder een zink. |
| Serpent | |
| Simon Proctor - Concert voor serpent en orkest |
| Contrabasserpent | |
| Georg Friedrich Händel - Music for the Royal Fireworks - La Réjouissance |
![]() |
Vroeger kwamen er ook koperinstrumenten met kleppen voor. Een
voorbeeld daarvan is de serpent. Een ander koperinstrument met
kleppen is de klephoorn. De klephoorn was één van de eerste bruikbare
koperinstrumenten. Het instrument had vijf tot acht toongaten met kleppen. Van 1815 tot
1850 was de klephoorn het melodieinstrument van de kopergroep in het militaire orkest.
Hieronder een klephoorn. Om een instrument tijdens het lopen te bespelen (in
militaire orkesten) moest het instrument wel zo'n vorm hebben dat het
tijdens het lopen niet in de weg zat. De serpent is een voorbeeld van
een instrument dat niet echt een handige vorm had. Daarom werd de buis
van het instrument omgebogen. Dat leverde de bashoorn en de Russische
fagot op. De bashoorn waarbij de buis de vorm van een V had, bij de
Russische lagen de beide delen van de omgebogen buis helemaal tegen elkaar
aan, net als bij een fagot. Het instrument was voornamelijk van hout en
had soms een drakenkop als beker Na 1830 is het instrument verdrongen
door de tuba. Links een afbeelding van een Russische fagot. |
| De ophicleïde was het
basinstrument van de koperinstrumenten met kleppen. Het instrument werd
snel populair en werd tot omstreeks 1880 gebruikt. Er bestonden ophicleïdes
in meerdere afmetingen. De alt-ophliceïde werd ook wel quinticlave
genoemd. Hiernaast is een quinticlave te zien. De rietcontrabas zou je kunnen beschouwen als een ophicleïde met een riet of als een tuba met kleppen van een saxofoon. Dit instrument is in de 19e eeuw ontwikkeld in Italië om de contrafagot te kunnen vervangen. De contrafagot was toen nog niet zo verfijnd als nu. Helemaal rechts een afbeelding van een rietcontrabas. |
![]() ![]() |
| Ophicleïde | |
|
|
![]() |
![]() |
![]() |
In de 19e eeuw waren er veel verschillende instrumenten met ventielen. Heel
veel zijn er intussen verdwenen. Hierboven staan vier instrumenten uit die tijd.
Helemaal links staat een clavicor, uitgevonden in 1837. Dit instrument
is helemaal cilindrisch gebouwd en heeft drie ventielen. Twee daarvan moesten
met de rechterhand bespeeld worden en eentje met de linkerhand. De clavicor
werd veel in militaire orkesten gebruikt.
Het tweede instrument is zeer gecompliceerd van bouw: de althoorn (niet
verwarren met de althoorn als familielid van de saxhoorns),
gemaakt omstreeks 1880. Dit instrument had zeven buizen van verschillende lengte
die bij elkaar kwamen in een mondstuk.
Het derde instrument is een sudrophone. Dit instrument had een membraan
bij de beker. Dit zorgde voor een geluid als van een strijkinstrument. Het was
in feite een soort mirliton.
Sudrophones bestonden in verschillende groottes en zijn uitgevonden door de
Parijse instrumentmaker François Sudre in 1892. De cornopean (rechtsboven)
lijkt een beetje op de hedendaagse cornet.
Hieronder twee andere instrumenten: de antoniophone en de cornofoon.
De antoniophone is ontwikkeld door Antoine Courtois in 1867. Het instrument
is maar een jaar of dertig gebruikt. De cornofoon (rechtsonder) is een
soort tuba waarvan de beker helemaal is omgebogen.
![]() |
![]() |
|
|
In de Middeleeuwen werden
hoorns gebruikt tijdens de jacht en in het leger. In het begin was de hoorn
niet meer dan een buis, al dan niet met vingergaten (zie Oude
hoorns), gemaakt van natuurlijke materialen. Later werden ze van metaal
gemaakt. Het duurde een tijd voordat de hoorn in het orkest werd opgenomen. Ze hadden namelijk maar een beperkte toonomvang, en waren daardoor nauwelijks geschikt om melodieëen te spelen. Een oplossing daarvoor werd gevonden door gebruik te maken van een aantal afneembare beugels van verschillende lengte. Een andere mogelijkheid waren de omnitonische hoorns. Deze hoorns hadden ingebouwde beugels die met behulp van een kiesschijf konden worden gekozen. Ze waren echter vrij zwaar en werden daardoor nooit echt populair. Door het gebruik van ventielen in de 19e eeuw werden hoornisten verlost van het verwisselen van verschillende beugels. Omstreeks de eeuwwisseling werd de dubbelhoorn ontworpen. Dit is een combinatie van twee hoorns waardoor hoge noten makkelijker te spelen zijn. De dubbelhoorn wordt nog steeds gebruikt. De Wagnertuba is een tuba met het mondstuk van een hoorn, uitgevonden in 1844 door de instrumentbouwer Czerveny. Wagner heeft het veel gebruikt, en daardoor is het instrument bekend geworden als een Wagnertuba. Qua klank staat de Wagnertuba tussen een tuba en een hoorn. Linksboven een plaatje van een hoorn, daaronder een Wagnertuba. Hieronder een omnitonische hoorn. ![]() |
| Hoorn | |
| C. Saint-Saëns - Morceau de Concert voor hoorn en orkest |
De saxhoorn heeft weinig met de hoorn te maken, ook al zou je misschien anders denken als je de naam hoort. De saxhoorn heeft zijn naam gekregen van de Belgische instrumentbouwer Adolphe Sax. Sax is vooral bekend geworden als de uitvinder van de saxofoons, maar hij heeft ook nog een aantal andere instrumenten op zijn naam staan. Hij verbeterde namelijk een aantal koperen blaasinstrumenten. Hij kreeg toestemming om de instrumenten zijn naam te geven en zo ontstonden de saxhoorns.
De familie van de saxhoorns bestaat uit zes leden (ernaast een plaatje
van een bastuba, onder een bugel):
![]() |
|
De bugel lijkt een beetje op de trompet. In Engelstalige
landen wordt dit instrument een 'flugelhorn' genoemd. Om het nog wat verwarrender
te maken kennen ze ook de 'bugle'. Dit is een instrument zonder ventielen. Het
wordt veel in het leger gebruikt. Een instrument dat qua klank ergens tussen
de bugel en de trompet in zit is de flumpet (hieronder). Deze benaming
is een samentrekking van de Engelse woorden flugelhorn en trumpet.

De althoorn is een kleine tuba. De klank van de saxhoorn is weker en ronder
dan die van de trompet. Daarom worden de saxhoorns wel het zachte koper
genoemd, in tegenstelling tot het scherpe koper waartoe de trompet
en de trombone gerekend worden.
De saxhoorns hebben een conische boring (de buis loopt van smal naar wijd) en
een ketelvormig mondstuk. In plaats van baritons komen ook wel euphoniums voor.
Een euphonium is een wat zwaardere uitvoering van de bariton. Qua vorm is het
verschil dat de buis van de bariton cilindrisch is en pas bij de beker uitloopt,
bij het euphonium wordt de buis van het begin al steeds wijder. De bariton heeft
een helder en scherp geluid dat een beetje in de richting gaat van de trombone
en de trompet. Het euphonium heeft een diep en rond geluid.
|
|
Baritons/euphoniums kunnen zowel een beker omhoog
als naar voren gericht hebben. Vooral in marcherende muziekkorpsen komen
baritons/euphoniums voor met de beker naar voren gericht. In de 2e helft
van de 19e eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw kwam het euphonium
met dubbele beker voor, doorgaans een grote en een kleine beker (plaatje
rechts). Het was de bedoeling dat het instrument kon klinken als euphonium
of een trombone. Dat is nooit
echt gelukt, het instrument klonk meer als een euphonium of een bariton.
De speler kon d.m.v. een speciaal ventiel van beker wisselen. Een instrument dat veel op een saxhoorn lijkt is de flicorno. Toch is het er geen familie van. Het instrument komt uit Italië en is in de tweede helft van de 19 eeuw ontstaan. Links een flicorno. |
![]() ![]() |
![]() ![]() |
Een aantal instrumenten kwamen vroeger
niet in orkesten voor. Dat zijn de instrumenten die in militaire muziek
gebruikt worden. Deze instrumenten moeten bespeeld kunnen worden tijdens
het lopen, paardrijden of zelfs fietsen. Dat stelt bepaalde eisen aan de
instrumenten. Deze instrumenten zijn meestal varianten op instrumenten die
je ook in het gewone orkest ziet. Een voorbeeld: Met een grote bastuba marcheren
is niet erg makkelijk (zie voor de grootte van het instrument de afbeelding
bij de saxhoorns), en daarom bestaan er ook schouderbassen.
Dit zijn bastuba's op z'n kant met de beker naar voren, die op de schouder
rusten. De mellofoon is een marsinstrument dat afgeleid is van de
orkesthoorn. Linksboven een afbeelding van een mellofoon. De Amerikaan Allen Dodworth vond in 1838 een soort marshoorn uit waarbij de beker naar achter, over de linkerschouder van de speler, liep. Dit soort hoorns bestonden in verschillende groottes en waren vooral populair tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Linksonder een plaatje van dit instrument. Andere militaire instrumenten die op de site besproken worden zijn de armeeposaune, pijpersfluit, de schellenboom en de lyra. |
| Helicon & Sousafoon |
![]() ![]() |
De helicon (afbeelding onder) is uitgevonden in Rusland,
ongeveer halverwege de 19e eeuw. Met de benaming 'helicon' wordt enerzijds
een instrument bedoeld en anderzijds een manier van bouwen van koperen
blaasinstrumenten. Kenmerkend voor alle helicon-achtige instrumenten is
namelijk dat het instrument rond het lichaam hangt, en dat de beker achter
of boven het hoofd zit. |
| Schalmei |
![]() |
De schalmei (of schallbechertrompete)
van tegenwoordig heeft niets te maken met de schalmei
uit de Middeleeuwen (voorloper van de hobo).
Het instrument is volledig van metaal gemaakt. In plaats van een rietje
wordt de toon m.b.v. een metalen tong geproduceerd, vergelijkbaar met
de accordeon. |
| Schalmei | |
| When de saints go marching in |