Oude trompetten

Volgende

Cornu Primitieve trompetten werden van materialen uit de natuur gemaakt, voornamelijk van hout. Ze werden bij bepaalde rituelen gebruikt. In Nieuw-Guinea en Nieuw-Zeeland kwamen ook 'dwars'-trompetten voor: trompetten die aan de zijkant werden aangeblazen. In de Oudheid werden trompetten van brons gemaakt. Het merendeel van deze trompetten was recht, met een licht uitlopende beker. Vroeger was men nog niet in staat om de buis van een instrument zo te buigen, dat hij makkelijk bespeelbaar bleef. Het gevolg was dat men behoorlijk grote trompetten kreeg. In Birma kwam een instrument voor waarbij één persoon aan het begin van het instrument stond en erop speelde. De tweede stond bij de beker en liet het instrument op zijn schouder rusten. Een voorbeeld van een trompet met een gebogen vorm is de Romeinse cornu of buccina (plaatjes links en onder). Dit instrument kon ruim drie meter lang zijn. Halverwege zat er soms een houten lat zodat het instrument op de schouder van de speler kon steunen. In Europa kwam in de Middeleeuwen de buisine voor.
buccina

 

Vorige

Trompet & Cornet

Volgende

Omstreeks de 18e eeuw kwam de 'natuurlijke' trompet voor. Dit was een instrument van koper dat alleen maar hoge noten kon spelen. Er was een hoge ademdruk en lipspanning nodig. Het instrument was zeer moeilijk bespeelbaar, en men zocht naar andere mogelijkheden. Aan het eind van de 18e eeuw werden er trompetten met kleppen gemaakt (klephoorn). Ook begon men het principe van de trombone toe te passen en dat leverde de schuiftrompet op. Enkele tientallen jaren later werd het ventielsysteem in gebruik genomen, zoals we dat nu nog kennen.
Vooral in jazz-muziek wordt vaak gebruik gemaakt van dempers. Een demper kan van verschillende soorten materiaal worden gemaakt. Hij wordt in de beker van de trompet gestoken om het volume te verminderen of voor ongewone geluiden.

Trompet


Jazzophone

Voor hoge partijen zijn gewone trompetten niet erg geschikt. Daarom wordt er vaak een piccolotrompet gebruikt. Dit instrument klinkt een octaaf hoger. Hieronder een plaatje van een piccolotrompet.
Piccolo-trompet
Er zijn ook grotere trompetten, zoals de bastrompet (hieronder). De bastrompet heeft dezelfde toonomvang als de trombone. Hij wordt meestal door een trombonist bespeeld.
Bastrompet
Een vreemd soort trompet is de jazzophone: een trompet in de vorm van een saxofoon (links). Trompetten bestaan er ook in zakformaat. Dan wordt er gesproken van een pocket-trompet (hieronder). De toonomvang is hetzelfde als die van de gewone trompet.
Pockettrompet

De cornet lijkt heel erg op de trompet. De klank is echter weker als gevolg van de wijdere boring van de buis. De cornet komt net zo hoog en net zo laag als de trompet. Hiernaast een cornet. Ook cornetten heb je in zakformaat.
Het instrument hieronder is een aparte trompet. Deze trompet is speciaal gebouwd voor de opera 'Aïda' van Verdi. Hij wordt daarom Aïda-trompet genoemd.
Cornet
 
Aïdatrompet
CD Trompet
  Henry Purcell - Trumpet Tune
CD Piccolotrompet
  J.S. Bach - Brandenburgse Concert nr. 2 - deel 3


Vorige

Trombone

 

Het woord 'trombone' komt van het Italiaanse woord 'tromba' (trompet). Als je het achtervoegsel 'a' vervangt door 'one' (groot) krijg je het woord 'trombone' (grote trompet). In het Engels worden oude trombones van omstreeks de Middeleeuwen ook wel aangeduid met de naam 'sackbut'.
De trombone in zijn huidige vorm bestaat al heel lang. Ongeveer 500 jaar geleden werd een trompet omgebouwd door een U-vormige schuif in te bouwen. Trompetten en trombones zijn dus familie van elkaar, ook al zien ze er verschillend uit. Er bestaan twee varianten van de trombone: de schuiftrombone en de ventieltrombone. De schuiftrombone heeft een eigenschap die geen enkel ander instrument heeft. Het instrument kan een echt glissando maken: een ononderbroken overgang tussen verschillende toonhoogtes. Hieronder zie je afwisselend een schuiftrombone en een ventieltrombone.
Schuiftrombone en ventieltrombone

Cimbasso In de 19e en 20e eeuw zijn er verschillende varianten op de gewone trombone gebouwd. In de 19e eeuw waren er verschillende trombones met zes ventielen. De vorm was af en toe wel erg extreem, zoals op het plaatje rechts te zien is.
In de opera's van Verdi komt af en toe de cimbasso (plaatje links) voor. Dat is een oude vorm van de contrabastrombone.
Het is ook mogelijk om een schuif- en ventieltrombone te combineren. Het resultaat wordt een superbone genoemd (hieronder).
Oude trombone
Superbone
Een trombone die er heel anders uitziet is de armeeposaune (legertrombone), een ventieltrombone. Er bestaan twee types: de ene heeft een tubavorm (zoals op het plaatje hiernaast), de andere is in de helicon-vorm. Als je een trombone en een euphonium kruist is het resultaat een trombonium, ontstaan in de jaren dertig. Helemaal rechts een trombonium.
De sopraantrombone wordt ook wel schuiftrompet genoemd. Het instrument heeft dezelfde toonomvang als een trompet en wordt door een trompettist bespeeld. Hieronder een schuiftrompet uit 1860.
Schuiftrompet
Voor marcherende muziekkorpsen zijn er in de 20e eeuw een aantal trombonevarianten ontwikkeld waarbij het instrument wat compacter is geworden. Als je een ventieltrombone neemt en de buis zo ombuigt dat het instrument min of meer de vorm van een bugel heeft, dan is het resultaat een flugabone (hiernaast).
ArmeeposauneTrombonium
Flugabone
CD Trombone
  Stephen Bulla - Get On Board