Chalumeau

Volgende

De chalumeau was de voorloper van de klarinet. Het was een simpel instrument met een enkel riet. Eén van de opvallendste kenmerken van het instrument was de ongelooflijk lage klank in relatie tot de kleine afmeting. Hij kon 8 tonen lager komen dan een blokfluit van dezelfde lengte. Doordat hij zo laag klonk vergeleken met de lengte kon hij goed gebruikt worden voor speciale effecten bij opera's. Bij sommige werken hadden componisten misschien de eerste klarinetten in gedachten, maar vanwege de aparte klank werd de chalumeau gebruikt.
Er bestaan geen historische exermplaren van chalumeaus meer, wel van oude klarinetten die in dezelfde tijd gemaakt zijn. Dat zou kunnen komen doordat sommige oude klarinetten misschien nooit als klarinet werden gebruikt, maar als chalumeau. Dat houdt concreet in dat alleen de lage tonen van de klarinet gebruikt werden. Er bestaan oude klarinetten waarbij de lage tonen uitstekend klinken en de hoge ronduit miserabel. Dat kan nooit lang geduurd hebben want er werden al snel werken gecomponeerd waarin de hele toonomvang van de klarinet gebruikt werd, maar het zou het verdwijnen van de chalumeau kunnen verklaren.
Chalumeau


Vorige

Klarinet

Volgende

De klarinet is omstreeks het jaar 1700 uitgevonden door J.C. Denner uit Neurenberg. Het instrument is ontstaan uit de chalumeau. Vanaf het ontstaan heeft de klarinet een grote ontwikkeling doorgemaakt, o.a. door de toevoeging van meerdere kleppen, zoals bij de fluit en hobo. Veel instrumentbouwers hebben het instrument verbeterd. In het begin van de 18e eeuw verbeterde de Russische Ivan Müller de klarinet sterk met een nieuw kleppensysteem. De klarinet die Müller bouwde werd echter niet geaccepteerd door een comité van het Conservatorium van Parijs. Hij had die goedkeuring nodig om zijn klarinet in massaproductie te vervaardigen. De reden was dat men dacht dat de verschillende klarinetten die er toen bestonden een verschillende klank hadden. Die moesten behouden blijven. Müllers klarinet maakte die instrumenten juist overbodig.
Bij de fluit is Theobald Böhm genoemd. Böhm heeft ook invloed gehad op de ontwikkeling van de klarinet. De Franse Hyacinthe Klosé bouwde een klarinet die gebaseerd was op het systeem dat Böhm bij de fluit gebruikte. Deze klarinet, die tegenwoordig nog gebruikt wordt, wordt ook wel de Böhm-klarinet genoemd, hoewel die benaming strikt genomen onjuist is. De derde belangrijke persoon is Oskar Öhler. Hij combineerde de klarinet van Müller met de Böhm-klarinet. Deze klarinet wordt tegenwoordig ook nog gebruikt.
Belangrijk bij de klarinet is het riet dat op het mondstuk zit. In tegenstelling tot de hobo en fagot is dit een enkel riet dat met een rietenbinder op het mondstuk wordt vastgezet. Hieronder een afbeelding van een enkel riet:
Klarinetriet
Het enkel riet wordt net als het dubbelriet van bamboe gemaakt. Eerst wordt het bamboe in stukken gesneden van anderhalf keer de lengte van het riet. Vervolgens wordt het in vieren gespleten. Aan de achter- of binnenkant wordt het dunner gemaakt tot het op de vereiste dikte is.

Tegenwoordig bestaat de klarinetfamilie uit zeven leden (van klein naar groot):
1. Es-klarinet (sopraan)
2. Bes-klarinet
3. A-klarinet
4. Altklarinet
5. Basklarinet
6. Contra-altklarinet
7. Contrabasklarinet

De Bes- en de A-klarinet worden het meest gebruikt. De hoge tonen zijn scherp en doordringend, de lage zijn rond. Tussen deze twee instrumenten zit niet zoveel verschil (qua toonomvang schelen ze een halve toon). De Es-klarinet wordt gebruikt voor speciale effecten.
De basklarinet is zoals de naam al zegt het baslid van de klarinetfamilie. De (contra-)altklarinet en de contrabasklarinet komen niet zoveel voor, bij de wat grotere klarinetensembles kun je er wel eens eentje tegenkomen. Soms wordt de contra-altklarinet ook wel eens contrabasklarinet genoemd. In dat geval wordt er gesproken over een contrabasklarinet in Es (=contra-altklarinet) en een contrabasklarinet in Bes.
Om een indruk te geven van de lengte van de instrumenten: de Es-klarinet is ongeveer 48 cm lang, de contrabasklarinet 2,70 m.
Alle klarinetten worden op dezelfde manier gebouwd. Alleen de vier grootste klarinetten hebben een iets afwijkende vorm t.o.v. de eerste drie. De beker is naar boven gebogen, omdat het instrument anders (bijna) op de grond zou staan. Het mondstuk is naar de speler toegebogen. Bovendien is bij de grotere instrumenten het bovenste en onderste gedeelte van metaal gemaakt.
Hieronder een As-klarinet, een Es-klarinet, een Bes-klarinet, een basklarinet en een contrabasklarinet. Een As-klarinet is nog iets kleiner dan een Es-klarinet, en komt voor in Zuid-Europa. De eerste drie zijn niet in verhouding tot de laatste twee. De basklarinet is ongeveer twee keer zo lang als de Bes-klarinet. De contrabasklarinet is ongeveer twee keer zo lang als de basklarinet. In het plaatje is te zien dat de contrabasklarinet helemaal van metaal is (behalve het mondstuk) en de anderen van hout. Dit hangt van het merk klarinet af. Er bestaan ook contra-alt/contrabasklarinetten die qua vorm lijken op een hele grote basklarinet. Die zijn voor het grootste deel van hout.

Klarinetten Basklarinet Contrabasklarinet
Er zijn twee klarinetten die heel erg zeldzaam zijn. Je kunt ze ook wel de reuzen onder de klarinetten noemen. Dat zijn de subcontra-altklarinet en de subcontrabasklarinet. Ze zijn bijna 2x zo groot als resp. de contra-altklarinet en de contrabasklarinet. Van de subcontra-altklarinet zijn er maar drie op de wereld, van de subcontrabas maar één. Deze instrumenten zijn gemaakt door de firma Leblanc. Deze firma maakt al zo'n 100 jaar klarinetten. De subcontrabasklarinet is nooit verkocht maar is onderdeel van de persoonlijke collectie klarinetten van dhr. Leblanc. Er valt overigens moeilijk op te spelen. Om te beginnen is de lengte van het instrument een probleem. Daarnaast liggen de laagste noten onder de grens van het menselijk gehoor.

CD Klarinet
  Bernhard Henrik Crusell - Klarinetconcert nr. 2 - deel 1
CD Basklarinet
  Francisco Mignone - Valsa Improvisada
CD Contrabasklarinet
  Giacinto Scelsi - Maknongan


Vorige

Andere klarinetten

Volgende

Klarinet d'amoreTarogato

Een instrument dat heel erg aan de klarinet verwant is, is de bassethoorn. Dit instrument werd omstreeks 1770 in Beieren uitgevonden en was groter dan de gewone klarinet. De bassethoorn bestond uit één lange buis. Daarom moest hij altijd ergens worden omgebogen om het instrument hanteerbaar te houden. Er bestonden veel verschillende vormen van bassethoorns. Een wat vreemde vorm van een bassethoorn is te zien op het plaatje rechts. Mozart en Strauss hebben de bassethoorn een aantal keren gebruikt. Tegenwoordig worden deze partijen vaak op de altklarinet gespeeld. Er zit uiterlijk nauwelijks verschil tussen de twee instrumenten. Van de bassethoorn bestaat ook nog een grotere variant namelijk de contrabassethoorn (ontwikkeld rond 1830). Dit instrument staat qua toonomvang tussen de bas- en contrabasklarinet. Dit instrument heeft nooit veel succes gehad.
De bassetklarinet was eigenlijk, gezien de constructie, een bassethoorn, maar dan een stukje korter. Er bestaan geen exemplaren van oude bassetklarinetten meer, maar door bepaalde werken van componisten te bestuderen die voor klarinet werden geschreven, heeft men geconcludeerd dat een bassetklarinet bestaan moet hebben. Hij wordt niet zo veel gebouwd en gebruikt, eigenlijk alleen maar voor muziekstukken die speciaal voor dit instrument geschreven zijn. De bekendste compositie voor bassetklarinet is het klarinetconcert van Mozart.
Omstreeks 1885 bouwde de Belgische instrumentbouwer Eugène Albert de contratenorklarinet. Dit instrument had slechts een beperkte bruikbare toonomvang.
Andere klarinetachtige instrumenten zijn de klarinet d'amore, de tarogato en de heckelclarina. De klarinet d'amore lijkt qua vorm een beetje op de oboe d'amore. Het mondstuk is ongeveer op dezelfde manier naar de speler toegebogen en hij heeft een peervormige beker. Het instrument verdween al snel. Helemaal links een afbeelding van de klarinet d'amore.
De tarogato en heckelclarina werden gebouwd voor de opera "Tristan en Isolde" van Richard Wagner, in 1865. De tarogato bestond al langer. Het was een lid van de schalmei-familie. Voor deze opera werd een tarogato met een enkel riet gemaakt. Naast de klarinet d'amore een plaatje van een tarogato.
De saxonette (rechs) zit tussen de klarinet en de saxofoon in. Het instrument komt uit Frankrijk, begin 20e eeuw, en heeft ongeveer de toonomvang van de klarinet.

Bassethoorn

Vorige
Xaphoon
Volgende
Xaphoon
De xaphoon (uitgesproken als "zafoon") is qua klank een kruising tussen een klarinet en een saxofoon. De uitvinder is Brian Wittman uit Hawaii, die in de afgelopen 20 jaar zo'n 15.000 exemplaren maakte. Het instrument wordt meestal van bamboe gemaakt en heeft negen gaten: vijf voor de linkerhand en vier voor de rechterhand. Op het mondstuk (dat één geheel vormt met de rest van het instrument) wordt het riet van een tenorsax geplaatst. Soms wordt de xaphoon van plastic gemaakt. Dan wordt het instrument ook wel een pocket sax genoemd.
De pocket klarinet (of pocket chalumeau) wordt gemaakt door de firma Adler-Heinrich uit Duitsland, o.a. bekend door hun blokfluiten. Het instrument is een soort blokfluit met een klarinetmondstuk. De grepen zijn ook hetzelfde als die van de blokfluit.
Links een plaatje van een xaphoon, onder een pocket klarinet.

Pocketklarinet
CD Xaphoon
  The Pink Panther

 

Vorige

Saxofoon

Volgende

Baritonsax
Ongeveer halverwege de 19e eeuw bouwde de Belgische instrumentbouwer Adolphe Sax een blaasinstrument met een enkelriet: de saxofoon. Er bestaan veel verschillende soorten saxofoons (vroeger 14, tegenwoordig maar 8). Van klein naar groot: sopranino, sopraan, alt, tenor, bariton, bas, contrabas en subcontrabas. Links een plaatje van een baritonsaxofoon, rechts een altsaxofoon en een tenorsaxofoon (niet in verhouding). De saxofoon is een beetje een bastaardinstrument. Het heeft een mondstuk van een klarinet, en de buis is van boven smal en wordt naar onderen toe steeds wijder, zoals bij de hobo. Bovendien heeft het een enkel riet (klarinet). Zoals op de plaatjes te zien is zijn saxofoons van koper. Toch worden ze tot de houten blaasinstrumenten gerekend, omdat ze op dezelfde manier bespeeld worden.
Altsaxofoon Tenorsaxofoon
Sopraansaxofoon Saxello De drie afgebeelde saxofoons komen vooral voor in bands. De sopraansaxofoon zie je vooral in jazzorkesten als melodie-instrument, samen met de klarinet en de trompet. De sopranino komt voor in militaire orkesten. Deze twee instrumenten zijn helemaal recht.
Er bestaan ook saxofoons die een wat minder gebruikelijke vorm hebben. Links zijn twee gebogen sopraansaxofoons te zien. De tweede wordt ook wel een saxello genoemd. Er bestaan ook rechte altsaxofoons.
In 1894 werd in Duitsland een houten instrument gemaakt dat op de klarinet, de saxofoon en de fagot lijkt: de octavin (plaatje rechts). Dit instrument had een klank die leek op dat van de sopraansaxofoon. Het werd maar weinig gebruikt.
Tubax
Drie saxofoons die je maar heel zelden tegenkomt vormen de uitersten van de saxofoonfamilie. Ze worden gebouwd bij Eppelsheim in München. De kleinste is een saxofoon die een half octaaf (= 4 tonen) hoger komt dan de sopranino-saxofoon. De andere twee saxofoons staan allebei bekend als de tubax. De "kleine" tubax (links) is eigenlijk een contrabassaxofoon, de grote een subcontrabassaxofoon. De klank gaat in de richting van de klank van een contrabassarrusofoon en bij bepaalde tonen dat van een contrafagot. Het mondstuk is dat van een baritonsaxofoon. Om het instrument hanteerbaar te houden is de buis een paar keer omgebogen. Het instrument links is niet hoger dan 115 cm, maar de lengte is een stuk groter.

De aulochrome (rechts) kun je het beste omschrijven als een dubbele sopraansaxofoon. De naam is een samentrekking van "aulos" (Grieks blaasinstrument uit de oudheid) en "chrome" (chromatisch: term uit de muziekleer / chroom: de kleur van het instrument). Dit instrument is ontwikkeld door François Louis en voor het eerst gebruikt in oktober 2002.

CD Sopraansaxofoon
  Jan de Haan - Banja Luka
CD Alt-, tenor- en baritonsaxofoon
  Jan de Haan - Banja Luka
Aulochrome



Vorige

Doedelzak

Doedelzak Als je aan een houten blaasinstrument denkt, denk je niet meteen aan een doedelzak. Toch wordt het instrument tot deze groep gerekend. Doedelzakken zijn rietinstrumenten met een zak dat als luchtreservoir dient. Uit de zak steken een aantal pijpen. In de eerste pijp zit het mondstuk met het riet, in de tweede zitten vingergaten (melodiepijp). De overige pijpen zijn de zgn. bourdons, pijpen die altijd dezelfde toon geven en voortdurend meeklinken. De zak is gemaakt van leer. Om muziek te maken blaast de speler lucht in de zak, of vult de zak d.m.v. een blaasbalg. Het geluid uit de zak gaat naar de melodiepijp en de bourdons. In die pijpen zit een riet dat gaat trillen. Zo ontstaat er geluid.
Als je aan doedelzakken denkt, denk je al gauw aan Schotland. Toch komt het instrument daar niet vandaan. Sterker nog: het instrument is al heel oud. In Egypte waren er rond 2000 v. Chr. al doedelzakachtige instrumenten. Het is niet zeker of het instrument hier ontstaan is. Rond 1200 is het instrument in heel Europa populair. Dat blijft zo tot het eind van de Middeleeuwen. Dan blijft het een tijdje stil totdat in de 18e eeuw het instrument in Frankrijk weer opduikt. De doedelzak is altijd een belangrijk volksmuziekinstrument geweest. Links een plaatje van een Schotse Highland- doedelzak. Deze doedelzak heeft drie bourdons en een melodiepijp, bevestigd in een met Schotse ruit bedekte zak. Hij vormt een onderdeel van de Schotse militaire orkesten.
CD Doedelzak
  Amazing Grace