Blaasinstrumenten
Blaasinstrumenten kun je verdelen in houten
blaasinstrumenten, koperen blaasinstrumenten en blaasinstrumenten met een klavier. Tot
welke van deze groepen een instrument wordt gerekend, hangt niet in de eerste plaats af
van het materiaal waarvan het instrument gemaakt is, maar van de bouw en de manier van
spelen. Dat is verschillend bij de diverse soorten blaasinstrumenten. Er zitten zelfs
verschillen in de instrumenten uit één groep.
De meeste houten blaasinstrumenten hebben een groot aantal gaten. Je kunt niet
bij alle gaten met je vingers. Daarom zit er een kleppenmechaniek op de meeste
instrumenten. Door middel van een hefboompje dat wel voor de vingers bereikbaar
is, kun je gaten openen of sluiten die op een totaal andere plaats zitten. Het
geluid kan op verschillende manieren ontstaan. Bij de fluit
bijvoorbeeld gaat de lucht trillen door het tegen een scherpe rand te richten.
Andere instrumenten (klarinet,
hobo, enz.) hebben een enkel of een
dubbel riet dat voor het trillen van de lucht zorgt.
Wat je vroeger heel vaak tegenkwam, waren zgn. dubbele, driedubbele, of zelfs viervoudige
instrumenten. Dat waren instrumenten met één mondstuk en meerdere pijpen met de
vingergaten. Heel vaak waren de pijpen even lang, maar ze konden ook van lengte
verschillen. Soms zat er ook nog een baspijp zonder vingergaten bij. Hieronder een
afbeelding van een Tiktiri: een dubbele klarinet uit India.

Bij de eerste koperen blaasinstrumenten kon men maar een bepaalde serie tonen
spelen. Deze instrumenten werden 'natuurlijke instrumenten' genoemd. Hieronder
een plaatje van een natuurlijke trompet.
Het heeft een tijd geduurd voordat elke toon (binnen bepaalde grenzen) gespeeld
kon worden. Er kwamen verschillende oplossingen. Men maakte beugels van verschillende
lengte, waardoor andere series tonen ontstonden (hoorn);
er werden gaten in de instrumenten geboord, zoals bij de houten blaasinstrumenten
(klephoorn); het schuifsysteem
van de trombone werd toegepast, en er waren zelfs instrumenten waarbij buizen
van verschillende lengte tot één instrument werden verenigd (althoorn).
De definitieve oplossing kwam door de komst van ventielen, begin 19e
eeuw. Deze uitvinding heeft grote gevolgen gehad voor de koperen blaasinstrumenten.
Met name in de 19e eeuw werden er dan ook veel koperen blaasinstrumenten ontwikkeld.
Een aantal daarvan verdwenen alweer snel.
Tegenwoordige heeft een koperen blaasinstrument drie of vier ventielen. Door
het indrukken van een ventiel wordt een buis ingeschakeld, en de toon lager.
Zie onderstaande plaatjes:
![]()
Het ventielsysteem is eigenlijk een logisch vervolg op de zeven buizen van de
althoorn. Elk ventiel schakelt een extra stukje buis in. Met drie ventielen
heb je dan zeven mogelijkheden.
Koperen blaasinstrumenten kun je verdelen in scherp koper en zacht
koper, waarbij de termen 'scherp' en 'zacht' slaan op het soort geluid dat
de instrumenten maken. Tot het scherpe koper worden o.a. de trompet en trombone
gerekend, tot het zachte koper de hoorn en de tuba.
Het bekendste blaasinstrument met een klavier is het orgel.
Een ander instrument uit deze groep is het accordeon.
Bij dit soort instrumenten zitten er rieten in het instrument. Bij dit soort
rieten moet je niet denken aan de rieten van de klarinet, hobo, enz., maar meer
aan een soort tong van metaal of hout. Deze tong zit aan één kant vast aan het
instrument. De tong kan eventueel gebogen zijn. Door het blazen (mondorgel),
zuigen (harmonica), of het bedienen
van een blaasbalg (accordeon)
gaat de tong en de lucht eromheen trillen en ontstaat er geluid.